Haagse Portiekwoning

Ieder jaar in september collecteer ik voor de Nierstichting. Een actie met behalve een mooie financiële opbrengst een onverwacht resultaat: spierpijn in mijn bovenbenen. Want op mijn route ligt een straat met een bijzonder type huizen: de Haagse portiekwoning. Veel Hagenaars wonen in zo’n woning. Vanaf 1901 tot in de 30er jaren van de vorige eeuw zijn er in Den Haag zo’n 100.000 gebouwd. Het is een type woning dat voornamelijk in Den Haag voorkomt.

Haagse Portiekwoning JulianaVanStolberglaan
Juliana van Stolberglaan*

Haagse portiekwoningen zijn bovenwoningen met de ingang op een overloop op de eerste verdieping. Op die overloop kom je via een open buitentrap. Daar zijn de toegangsdeuren naar vier bovenwoningen. Achter twee van die toegangsdeuren zijn weer binnentrappen naar de woningen op de tweede verdieping.

Betaalbaar en veilig

In de tweede helft van de 19e eeuw woonden veel Hagenaars in erg slechte huizen. Het aantal inwoners van de stad was sterk gestegen en door het gebrek aan regels konden huisbazen hun gang gaan. 

Die bouwden kleine huizen – hofjes – op binnenterreinen met nauwelijks sanitair, weinig licht en lucht en veel vocht. Bij de overheid en bij welwillende particulieren brak het besef door dat deze situatie moest veranderen. Tegelijk moesten de huizen voor arbeiders en de lagere middenstand wel betaalbaar blijven.

Van Aerssenstraat*

Om woningen betaalbaar te houden, was het onvermijdelijk om in etages te bouwen. Maar de Haagse overheid wilde geen grote woonkazernes waar de bewoners dicht op elkaar gepakt zouden wonen. En de ervaring was dat houten binnentrappen brandgevaarlijk waren.

Laakkwartier*

Dus waren de regels: niet meer dan 3 etages en trappen die onbrandbaar zijn, goed te verlichten en zichtbaar van buitenaf. En ieder huis zijn eigen voordeur. De ontwerpers zagen al gauw dat een steile trap meer ruimte overliet voor vloeroppervlak.

De trap op en af

De voor- en nadelen van de Haagse portiekwoning zijn vandaag de dag niet anders dan in de jaren dat ze gebouwd werden. De bewoners hoeven niet naar het straatniveau als iemand bij ze aanbelt of als ze de post op willen halen. Daar staat natuurlijk tegenover dat wie iets moet bezorgen (of komt collecteren) de steile buitentrap moet beklimmen. 

De bakker en de melkboer komen niet meer aan de deur, maar dankzij het online winkelen komen inmiddels weer andere leveranciers aanbellen.
Wat in ieder geval scheelt, is dat er geen kolenkachels meer zijn. Want de kolen moesten natuurlijk ook de trap opgesjouwd. De as uit de kolenkachel ging in de asemmer, die dan weer de trap af moest.

Haagse Portiekwoning Copernicuslaan
Copernicuslaan*

Ontwikkelingen en variaties van de Haagse Portiekwoning

De eerste portiekwoningen hadden nog een uitbouw aan de achterkant. Die uitbouw zat als het ware aan de achtergevel geplakt en had een aantal kleine kamers boven elkaar, die hoorden bij de benedenwoning.

 Zo hadden de bewoners van de begane grond meer ruimte. Maar hierdoor hadden de etagewoningen weer minder licht en lucht. De Gemeente maakte in 1920 scherpere regels en daardoor kwam er ruimte voor balkons. De portiekwoningen van na 1930 kregen vaak nog meer comfort zoals een badkamer en een erker.

Thorbeckelaan*

Ook in de jaren dertig kwamen er portiekhuizen met een derde verdieping. De gemeente ging akkoord met een extra bouwlaag aan doorgaande, brede wegen.

In welke buurten?

De Haagse Portiekwoning is te vinden in de Haagse buurten die tussen 1900 en de Tweede Wereldoorlog zijn gebouwd. De eerste zijn gebouwd in 1901 aan de Delftselaan. Het Bezuidenhout, Laakkwartier, de Bomen-, Bloemen- en Vruchten- en Zuiderparkbuurt staan vol met Haagse Portiekwoningen. Maar ook in Transvaal, Duindorp, Valkenbos en de Archipelbuurt kom je ze tegen. En hiermee is de opsomming nog niet compleet.

Haagse Portiekwoning Beeklaan
Beeklaan*
Haagse Portiekwoning Jacqueline Alders 2
Heesterbuurt*

Wie door Den Haag fietst of loopt, kan genieten van de vele variaties en uitvoeringen van de Haagse portiekwoning. Met een buitentrap evenwijdig of haaks op de gevel, met de ingang van de benedenwoningen op verschillende plaatsen. Eenvoudig van uitvoering of met mooi metselwerk en glas-in-lood-ramen in het portiek. Maar nog belangrijker is dat veel inwoners van Den Haag zich iedere dag thuis voelen in een Haagse portiekwoning.

Je hoeft natuurlijk niet te wachten met een donatie aan de Nierstichting totdat de collectant langskomt. Dat kan online, 24 uur per dag

Over Haagse en andere architectuur vertel ik tijdens mijn stadswandelingen en fietstours

Dit artikel is eerder verschenen in Volharding Magazine (Voorjaar 2018)

Vind je dit een leuk artikel, deel het via:

1 gedachte op “Haagse Portiekwoning”

  1. Tina de Bock

    Ook de Parallelweg had portieken met drie buitendeuren. Begane grond, 1 hoog en 2 hoog de trappen bevonden zich binnen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *