De troonrede van 1820

Al meer dan 200 jaar leest ons staatshoofd op Prinsjesdag de Troonrede voor. Wat is er eigenlijk in die tijd veranderd en wat is hetzelfde gebleven? Ik heb de Troonrede van 1820 erbij gepakt om daar eens naar te kijken.

 

De dag van Prinsjesdag

Om te beginnen: in 1820 was Prinsjesdag niet op de derde dinsdag in september, maar op de derde maandag in oktober. In 1848 kreeg de Tweede Kamer veel meer te zeggen en de begroting werd ieder jaar vastgesteld. Dat moest dan wel voor 1 januari gebeurd zijn. Daarom verplaatste men Prinsjesdag naar de derde maandag in september. In 1887 werd het de 3e dinsdag van september die we nog steeds kennen. Reizen met stoomtrein en koets ging natuurlijk niet zo snel en kamerleden moesten al op zondag van huis om op tijd in Den Haag te zijn. Dat was voor leden van christelijke partijen een bezwaar.

De schrijver van de Troonrede

In 1820 regeerde Koning Willem I ons land. En dat regeren kunnen we letterlijk nemen. Hij had ministers en er was een parlement, maar het was Willem die de besluiten nam. De troonrede was dan ook zijn tekst. Dat is nu wel anders: Koning Willem-Alexander leest een tekst voor die hij niet zelf geschreven heeft. Daarvoor zijn nu de ministers verantwoordelijk.

Koning Willem I op het monument op het Plein 1813 - Troonrede
Koning Willem I op het monument op het Plein 1813

De aanhef

De koning begon in 1820 zijn troonrede met de aanhef ‘Edel Mogende Heeren!’. Want ja, het zou nog bijna 100 jaar duren voordat Suze Groeneweg als eerste vrouw in de Tweede Kamer zou worden verkozen.

Familie

Aan het begin van de Troonrede kijkt de koning terug op droevige én vreugdevolle gebeurtenissen in zijn familie. Zijn moeder en zijn zuster zijn overleden. Zijn moeder was Prinses Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van Stadhouder Willem V. Ze waren in 1787 uit Den Haag verdreven en woonden in Nijmegen. Ze was een doortastende dame en besloot naar Den Haag te gaan om te regelen dat haar man terug kon komen. Bij de Goejanverwellesluis werd ze tegengehouden door de Patriotten, de tegenstanders van de Prins.

Wellicht hingen ook bij jou in de klas, net als bij mij, de bekende historische schoolplaten aan de muur. Ook van de aanhouding van de Prinses is er een gemaakt.

De aanhouding van Prinses Wilhelmina 1787 - J.J.R. Wetstein Pfister - Coll History Wall Charts
De aanhouding van Prinses Wilhelmina 1787 - J.J.R. Wetstein Pfister - Coll History Wall Charts

De vreugdevolle gebeurtenis is de geboorte van de derde zoon van de kroonprins. Deze zoon was Prins Hendrik die wij in Den Haag kennen, omdat er een plein en een straat naar hem zijn genoemd  in het gezellige Zeeheldenkwartier. Hij werd Hendrik de Zeevaarder genoemd, omdat hij een lange carrière in de Marine had.

Vernieuwingen

Heel lang kende de Nederlanden per provincie verschillende maten en gewichten. Zo had je de ‘el’ als lengtemaat. Die was afgeleid van de lengte van de onderarm, de ellepijp. Maar er waren meerdere ‘ellen’. Zo was de Amsterdamse el 68,8 cm en de Twentse el 58,7 cm. Een poging tot standaardisatie was al het verklaren van de Haagse el (69,4 cm) tot de nationale standaard. Maar uiteindelijk koos Koning Willem I voor het invoeren in heel Nederland van het metrieke stelsel, met de meter, kilo en andere maten die we nog steeds gebruiken.

De koning was in de troonrede ook heel tevreden over de voortgang van de inenting tegen koepokken, een akelige virusziekte. In 1818 had hij een gouden Medaille voor Koepokkenvaccinatie ingesteld voor artsen die bewijsbaar meer dan 100 personen hadden ingeënt.

 

Medaille voor Koepokkenvaccinatie - Stichting Historische Projecten Hardenberg
Medaille voor Koepokkenvaccinatie - Stichting Historische Projecten Hardenberg

Armoede

De economische situatie was rond 1820 slecht en er was veel armoede. Tegelijk waren er in Drenthe de zogeheten ‘woeste gronden’ waar zonder maatregelen geen landbouw mogelijk was. In 1818 richtte Johannes van den Bosch de ‘Maatschappij van Weldadigheid’ op. Doel: paupers (=arme mensen) uit de steden onderbrengen in landbouwkoloniën waar ze hun eigen onderhoud konden verzorgen. Een van die koloniën was Frederiksoord, genoemd naar de tweede zoon van de koning. In de troonrede spreekt de koning zijn lof uit voor dit initiatief.

Johannes van den Bosch (1780-1844) - Cornelis Kruseman - 1829 - Coll Rijksmuseum

Financiën

Geen troonrede is compleet zonder dat er over geld wordt gesproken. Daarover zegt de koning: ‘De staat van ’s Rijks financiën heeft, sedert de opening uwer laatste vergadering, geene aanmerkelijke en, althans zeker, geene ongunstige veranderingen ondergaan’. Ik neem maar aan dat met ‘geene ongunstige’ de koning bedoelde dat Nederland er financieel redelijk goed bijstond.

Dat wordt bevestigd door de mededeling dat de opbrengst van de accijnzen waarschijnlijk hoger zal zijn dan in het vorige jaar.

De koning sluit de troonrede af met het vertrouwen dat hij steeds ondersteund zal worden door de wijsheid en vaderlandsliefde van de kamerleden.

Wil je meer weten over de voorouders van Koning Willem-Alexander? Doe met familie of vrienden de Oranjewandeling!

8 gedachtes op “De troonrede van 1820”

  1. Wat een makkelijk leesbaar verhaal met zulke verhalen wordt geschiedenis leuk. Ik ga het nu laten lezen door mijn kleinkinderen zij zullen er zeker iets van opsteken

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top